Version française
eSanté Naar het portaal e-Gezondheid
Bannière eSanté

Nieuwsbrief e-Gezondheid – Nr. 3

Mobile Health: Inventaris van de Mobile Health-toepassingen en proefprojecten

Inventaris van de Mobile Health-toepassingen

In het kader van actiepunt 19 van het ActiePlan eGezondheid 2015-2018 werd een bevraging rond Mobile Health-toepassingen uitgevoerd, dat wil zeggen alle toepassingen voor de bevordering en/of de opvolging van de gezondheid van een patiŽnt van op een mobiel apparaat (smartphone, tablet, smartwatch, Ö).

Deze bevraging had tot doel een basisinventaris op te stellen van de beschikbare toepassingen in BelgiŽ. De vragen waren gericht op de toepassing zelf, de kwaliteitscriteria, de veiligheid, de privacy, de interoperabiliteit en de Ďevidence-basedĒ methodes in de geneeskunde. Op die manier was de bevraging een zeer nuttige voorbereiding op de projectoproep Mobile Health die op 30/9 afliep.

Een paar resultaten van de bevraging

N.a.v. de bevraging die tot doel had een basisinventaris op te stellen van de beschikbare toepassingen in BelgiŽ werden in totaal 143 antwoorden ontvangen.

Cardiologie en diabetes zijn de meest vertegenwoordigde pathologieŽn gevolgd door chronische pijn, beroertes en geestelijke gezondheidszorg. Sommige applicaties zijn echter inzetbaar voor verschillende pathologieŽn.

Weinig toepassingen gebruiken de Belgische eHealth-diensten. 38% beweert dit te doen; het gaat het vaakst om de eHealthBox of MyCareNet.

Slechts 36% van de inzendingen heeft een koppeling met ťťn of ander patiŽntendossier. De meeste toepassingen zijn nog steeds autonome oplossingen.

Meer dan de helft van de leveranciers geeft aan dat ze de Ďevidence-based medecineí-methode volgt en staaft dit met documenten.

Meer dan een derde van de toepassingen heeft (nog) geen enkele gebruiker in BelgiŽ. Sommige van deze toepassingen hebben echter duizenden gebruikers in het buitenland.

In ongeveer de helft van de gevallen wordt het gebruik van de mobiele toepassing voorgeschreven door een arts.

15% van de toepassingen geeft aan dat ze in een ander Europees land worden terugbetaald.

De gebruiker van de toepassing is in ongeveer de helft van de gevallen een zorgverstrekker (op afstand of bij de patiŽnt), in de andere helft de patiŽnt zelf of een mantelzorger.

Oproep voor pilootprojecten

Ter herinnering, de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block heeft op 1 juli jl. een oproep om pilootprojecten voor gezondheidsapps gelanceerd.

97 voorstellen van proefprojecten werden ingediend.

De selectie is reeds gestart en zal worden afgerond in december. We verwachten dat in die periode de eerste contracten met de geselecteerde proefprojecten zullen worden afgesloten. De volgende fase van het actiepunt 19 Mobile Health bestaat erin deze proefprojecten concreet uit te voeren. Tijdens de realisatie van deze projecten zullen verschillende aspecten zoals het juridisch aspect of de validatiecriteria worden onderzocht en verfijnd.


Informatie uit Globaal Medisch Dossier voortaan elektronisch opgevraagd door DG Personen met een handicap

Op 1 juli 2016 voerde de DG Personen met een handicap van de Federale Overheidsdienst (FOD) Sociale Zekerheid een nieuwe aanvraagprocedure in. Een persoon met een handicap dient voortaan online zijn aanvraag in (alleen, of met behulp van een kennis, zijn gemeente of OCMW, de sociaal assistenten van de DG Personen met een handicap of zijn ziekenfonds) op www.myhandicap.belgium.be.

De FOD vraagt in het nieuwe online formulier minder aan de persoon met een handicap en gaat zelf meer op zoek naar informatie. Zo geeft de persoon met een handicap de naam van zijn behandelend arts op en geeft hij de FOD de toestemming om deze te contacteren.

Via eHealth of per post ontvangt de arts een medische informatievraag van de FOD. Hierin vindt hij het rijksregisternummer en de naam van zijn patiŽnt en een overzicht van de informatie die de FOD nodig heeft. Voortaan hoeven enkel diagnoses te worden meegedeeld die relevant zijn voor het inschatten van de impact van de handicap op het dagelijks leven.

De informatie kan via de pdf-vragenlijst in het eHealthbericht opgestuurd worden. In de meeste medische softwarepakketten gaat de informatie-uitwisseling echter nog eenvoudiger via een specifiek elektronisch formulier. Aan dit elektronisch formulier kan de arts met een paar klikken informatie toevoegen vanuit het Globaal Medisch Dossier van zijn patiŽnt. Eind 2016 zal het elektronisch formulier beschikbaar zijn in alle softwarepakketten.

Er zijn bij de (huis)artsen heel wat vragen over deze nieuwe manier van werken. Samen met artsenorganisaties werkt de FOD daarom aan een duidelijkere procedure. Ten eerste sensibiliseren de FOD en de sociaal werkers de burger om voor en na zijn aanvraag zijn arts op de hoogte te brengen. Ten tweede is het rijkregisternummer van de patiŽnt nu opgenomen in de metagegevens. Ten derde wordt vanaf oktober bij het eHealth-bericht ook een Medidoc-bijlage gestuurd, dat zichtbaar zal zijn in het softwarepakket van de arts zonder dat de eHealthbox geopend moet worden.

Meer informatie over het concreet verloop van de procedure voor artsen (.pdf)


Weet u wat een EMD is?

In het elektronisch medisch dossier (EMD) kan de huisarts de medische gegevens van een patiŽnt digitaal en op een gestructureerde manier opslaan. Het dossier bevat gegevens over de patiŽnt die afkomstig zijn van verschillende bronnen:

1. van de patiŽnt zelf (bijv. socio-administratieve gegevens, een persoonlijke beschrijving van ziekte- of gezondheidsgegevens);

2. van de behandelende arts

  • over professionele handelingen (bijv. anamnese, diagnose, beslissingshypotheses, resultaten van onderzoeken, behandelingen),
  • over het denkproces (bijv. hypotheses, differentiŽle diagnoses);

3. van derden

  • andere gezondheidsprofessionals die de patiŽnt behandelen en zelf geen elektronisch dossier hebben,
  • niet-zorgverstrekkers (bijv. mededelingen door familieleden, vrienden of kennissen van de patiŽnt).
Abonnement opzeggen eSanté